Navigatie Link overslaanHome » Historie » Voorjaar 2015

Voorjaarsbijeenkomst 2015

Rob Veenman van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Donderdagmiddag 19 maart 2015 hebben we onze voorjaarsbijeenkomst in Cafe Restaurant Partycentrum Stam in Wognum gehouden. Helaas hadden slechts enkele mensen de moeite genomen, voor deze bijzonder interessante lezing naar Wognum te komen. Zoals gebruikelijk was de lezing met hulp van de ringleiding en de schrijftolk voor iedereen prima te volgen. Nadat onze voorzitter Klaas Kroezen iedereen welkom heeft geheten, wordt het woord gegeven aan de heer Rob Veenman van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Nadat de heer Veenman zich heeft voorgesteld, legt hij uit wat zijn functie van Hoogheemraad inhoud. Daarna vertelt hij hoe Noord Holland vorm kreeg en gaat daarvoor terug in de geschiedenis. Zo’n vierduizend jaar voor Christus was West-Friesland nog een waddengebied dat regelmatig onder water liep. De zeespiegel lag 5 meter lager dan nu en de temperatuur was 8 graden kouder. Dat houdt in dat de zeespiegel in de volgende zesduizend jaar 5 meter omhoog is gekomen en de temperatuur met 8 graden gestegen is. Dan wordt er gevraagd of er een samenhang is tussen die temperatuurstijging en het hoge water. De heer Veenman antwoord hierop: Ja, op het moment dat het warmer wordt smelt het ijs en komt er meer ijs in de zee.

Vervolgens laat hij aan de hand van beelden zien hoe Noord Holland verder werd gevormd en dat het allerhoogte gebied, de veenkussen vier à vijf meter boven de zeespiegel uitstaken. Dan zie je dat op een gegeven ogenblik de zeespiegel stijgt. Het land, dat in cultuur is gebracht, begint te dalen. Als je veen in cultuur brengt en het gaat ontwateren, dan komt die niet hoger te liggen dan begint het te zakken. En als je dat doet, dan moet je je tegen het water beschermen. In 1100 zo'n beetje is men begonnen met de eerste dijken. Zoals bijna altijd zijn de eerste dijken aangelegd door kloosters, die hadden een zekere structuur. In het gebied zelf woonden nog niet zo veel mensen, overheid was er nog niet. Je hebt nu een goed georganiseerde organisatie nodig. In 1105 heeft men de eerste zanddijk aangelegd. Je ziet de groei van allerlei dijken: Zaandam in 1270. Edam, Monnickendam, Nieuwedam, Durgerdam. Heel Noord Holland is langzamerhand ingedamd en ingedijkt. Iets later, ongeveer 1214, 1215, is het eerste waterschap ontstaan. Het eerste waterschap Noord Holland is van bijna precies 800 jaar geleden. Het was niet een waterschap in de huidige vorm, maar echt een dijkschap, die de dijken beheerde.  Mensen die profijt hadden bij de dijk onderhielden gezamenlijk de dijk. Vroeger had een waterschap niet echt een karakter van een overheid, maar van een coöperatie. Maar waar was die dijk van gemaakt? De binnendijken waren meestal van plaggen gemaakt. Graszoden houden de grond heel goed vast. Dat waren bijna altijd, wat we tegenwoordig groene dijken noemen. Gewoon klei met gras er overheen. Die waren bijna altijd gemaakt door graszoden te stapelen. Er wordt een vraag gesteld “wat is de invloed van het inklinken op de waterstand?”  Ik zou bijna zeggen: wat is de invloed van de waterstand op het inklinken? Op het moment dat je veengrond gaat ontwateren, wordt veengrond droog, gaat het inklinken, dus zakt het gewoon in. Het water trekt eruit en dan zakt het uit zichzelf in, dat is één. Dat heet ook inklinking. In de tweede plaats vindt er een proces plaats dat heet oxidatie. Veengrond is organisch plantaardig materiaal. Op het moment dat het blootgesteld wordt aan de lucht begint het te verrotten. En verrotten is een, in de scheikunde heet het langzame oxidatie, verbranding. Als je veengrond snel verbrandt, noem je dat turf in je kachel. Er is veel veengrond verdwenen omdat het afgegraven is voor de turfwinning. Als je het blootstelt aan de lucht verbrandt het langzaam zonder vuurverschijnselen, dat heet oxidatie. De volgende vraag die wordt gesteld is: “Wanneer zijn ze begonnen met malen?” Om een meer droog te maken, heb je een pomp nodig anders kun je het niet droog maken. De eerste pompen waren windmolens, pompmolens, die moesten nog uitgevonden worden. De eerste droogmakerij was, in 1533,  in het Achtermeer in Alkmaar. Als u ooit naar het Medisch Centrum Alkmaar toe gaat, staat u midden in het Achtermeer. Na de uitvinding van de molens zie je een enorme groei van de droogmakerijen, de Beemster in 1612, de Purmer in 1622, de Wijde Wormer in 1626, Heerhugowaard in 1631 en de Schermer in 1635. U ziet, de Beemster was de eerste droogmakerij.

52 windmolens hadden ze daarvoor nodig. De Beemster is drooggelegd met Amsterdams geld. Maar je ziet dat zo'n droogmakerij ook betekent dat het meer verdween. En een meer heeft opslagcapaciteit voor water. Op het moment dat het meer wordt drooggelegd verdwijnt die opslagcapaciteit. Toen de Beemster werd drooggemalen moest men voor extra afwateringsmogelijkheden zorgen. In de dam van Zaandam moest de Beemster een extra spuisluis aanleggen. Die is verdwenen toen daar in de 19e eeuw de Wilhelminasluis werd aangelegd. Dan zie je, dat ze allemaal beginnen te verdwijnen. Ze worden vervangen door diesel en stoomgemalen. Rondom 1900 komen de eerste elektrische gemalen, dat was toen nog redelijk nieuw. We hebben vrij weinig stoomgemalen gehad. Nog één groot stoomgemaal in West-Friesland, De Vier Noorderkoggen, is van het Hoogheemraadschap. Hij staat in een waterkering, dus hij is nog steeds voor ons belangrijk. Als voorbeeld, dat water wat uit de Beemster wordt gemalen moet ergens naartoe. Die pompen het in de ringvaart van de Beemster. Die moeten via een kanalenstelsel afgevoerd worden naar de Zuiderzee, naar het oosten en zuiden toe naar het IJ, tegenwoordig Noordzeekanaal. Daar heb je een stelsel van kanalen nodig, dat noemen wij een boezem. Het Zaangemaal is in 1966 gebouwd en de Helsdeur, het gemaal in Den Helder in 1972, gigantische gemalen. Het Zaangemaal, pompt 40 m³ water per seconde. De Helsdeur, 60 m³ per seconden. 60 duizend liter in één seconde. Zijn dat de grootste gemalen in ons gebied? In ons gebied wel, vlakbij hebben we het grootste gemaal van Europa staan. Niemand bijna weet dat het er is. Je kunt er met de auto overheen rijden, het gemaal in IJmuiden. Het verpompt 260 m³, 260 duizend liter per seconde. Als je in het pomphuis staat, zie je een ruimte die drie keer zo groot is als deze ruimte, met vijf enorme pompen. Sinds die jaren hebben wij dus gemalen nodig om het water uit het boezem te krijgen. Voor die tijd konden we ons water kwijt door te spuien. Maar het land zakt, de zeespiegel stijgt, je moet meer moeite dom om je water uit je systeem te krijgen. Die twee gemalen zijn niet meer voldoende. We zijn begonnen met de bouw van twee nieuwe gemalen, het Gemaal Schardam, een derde gemaal op ons boezem. Redelijk groot, 33 m³ per seconde. Het Gemaal Monnickendam, die wordt iets kleiner. We moeten steeds meer moeite doen om ons water kwijt te raken.

Na de pauze wordt de invloed van de grootste watersnood in dit gebied, bijna 100 jaar geleden besproken. Die was de aanleiding tot de afsluiting van de Zuiderzee met de komst van de afsluitdijk in 1932. Vervolgens worden nog de grote watersnood van 1953 en enkele andere dijkdoorbraken besproken. Ook door de klimaatveranderingen ontstaan problemen met droogte en grote regenval. In 1994 hebben we hier wat waterproblemen gehad in de regio, toen stond het water in de boezem erg hoog. Normaal mag hij stijgen tot NAP,  het normale pijl is 50 cm onder NAP. Hij mag 50 cm omhoog komen, maar toen stond hij op NAP en toen liep het op sommige plekken over de dijk. Toen bleken een aantal dijken niet op hoogte te zijn. Waterschappen hebben veel gemalen moeten stil zetten. Als je boezem stil staat moet je er niet extra water in pompen. Dat is aanleiding geweest om veel boezemkaden binnen het gebied te versterken. In principe moet dit nu niet meer mogelijk zijn. In 2008 maakten we kennis met het fenomeen: Cluster bui, een regenbui die in één dag zoveel regen geeft dat het systeem het niet aan kan. Normaal valt er in één jaar ongeveer 800, 900 mm, maar tijdens die cluster bui viel er in één dag 70 mm, dat kunnen onze gemalen niet aan. Hiervoor hebben we vijf dagen nodig. We zijn wel onze gemalen iets zwaarder aan het maken, daar los je niet altijd de problemen mee op. Vierhonderd gemalen die het water uit de polder in het boezem pompen. Als je je gemalen vergroot en de boezem niet, loopt het aan de andere kant over de dijk.

Tot slot geeft de heet Veenman in de samenvatting aan dat de zeespiegel zal blijven stijgen, het land blijft dalen en het klimaat grilliger zal worden.  Het ene moment valt er te veel water, daarna kan er een periode beginnen dat er helemaal geen water meer valt.

Als dank voor zijn bedrage krijgt de heer Veenman een paashaas en een flesje wijn. Natuurlijk wordt onze schrijftolk Cathy van Lieshout ook weer hartelijk bedankt. Ook voor haar ontbreekt de paashaas en een flesje wijn niet.