Navigatie Link overslaanHome » Info » Gebaren in het ziekenhuis

 Gebarentaal in het ziekenhuis

De kans dat artsen, verpleegkundigen of andere zorgverleners iemand voor zich krijgen die doof of slechthorend is, is bepaald niet klein. Nederland telt ongeveer 30.000 doven. Daarnaast zijn er anderhalf miljoen mensen met een gehoorbeperking. Die laatste groep wordt al maar groter. Niet alleen door de vergrijzing, maar ook omdat jongeren steeds vaker gehoorschade oplopen. De commu­nicatie met deze mensen verloopt niet altijd vlekkeloos.

Neem bijvoorbeeld de röntgenlaborant die vanachter zijn scherm een oudere patiënt zonder hoorapparaat met woorden probeert duidelijk te maken dat hij diep moet in- of uitademen. Of de arts die een dove patiënt wil uitleggen wat de diagnose en de behande­ling is. In veel situaties zou het handig zijn als zorgverleners in elk geval de basis van de Nederlandse Gebaren Taal (NGT) machtig zouden zijn. Dat is precies waarvoor Nienke Fluitman. docent/trainer gebarentaal zich inspant. Samen met haar echtgenoot richtte zij Auri Signum Mani (ASM) op dat zich met het concept MediSign vooral richt op medisch personeel. Het is haar ideaal dat op elke afdeling van een ziekenhuis iemand werkt die zich kan uitdrukken in gebarentaal. Dan weet een arts hoe hij tijdens een dotterbehande­ling moet communiceren met een patiënt die zijn hoorapparaat niet draagt. En dan weet de verpleegkundige hoe ze een drager van een cochleair implantaat die ‘s nachts het apparaat niet gebruikt. duidelijk kan maken dat er echt iets aan zijn pijn te doen is. Ook KNO-arts dr. C.C. Tilanus zou het waardevol vinden als zorgverleners die met dove of slechthorende zorgzoekers te maken hebben in elk geval de basis de NGT zouden beheersen. “Net zoal het zinvol is dat er in een ziekenhuis geen drempels zijn om rolstoelgebruikers niet onnodig te hinderen, is het dus zinvol als er NGT-beheersers zijn om geen onnodige (taal)drempels voor gebarentaalgebruikers te hebben", zegt hij. "Wat die 'basis' aan gebaarvaardigheid betreft: iedereen die wel ­eens in het buitenland op vakantie is geweest, en een mondjevol 'vreemde taal' heeft durven laten horen, weet hoe enthousiaste reacties dat meestal oproept. Met NGT is dat net zo: even oefenen, af en toe gebruiken, en je hebt al veel gewonnen in het contact. Natuurlijk is er een groot verschil tussen vloeiende beheersing en die eerste basis: maar emotioneel maakt zelfs een gebrekkig begin al veel uit, in positieve zin. Los daarvan is in de wet geregeld (WGBO) dat de zorgverlener verantwoorde­lijk is voor het op adequate wijze informeren van de patiënt: hij zij moet er zich teven vergewissen dat die informatie goed is overgekomen. Het regelen van een tolk ( voor horende patiënten via de Tolkentelefoon, voor dove/ernstig slechthorenden een tolk NGT, al dan niet op afstand met beeldtelefoon) is dus officieel de verantwoordelijkheid van de hulpverlener,  en niet van de hulpzoekende,

Anderstaligen

Kennis van NGT is volgens Nienke Fluitman niet alleen handig voor doven en slechthorenden, ook anderstaligen en mensen met een laag taalniveau zouden ermee geholpen zijn. Medische gebaren zijn volgens haar goed te begrijpen,  ook voor mensen die niets van gebarentaal. Bovendien komen mensen die gebaren gebruiken tijdens hun communicatie volgens haar meer open over. En dat vindt iedereen prettig, doof of horend.


Gelezen in de Ziekenhuiskrant van 16 september 2009
Zie voor verdere informatie over deze krant bij contacten