Navigatie Link overslaanHome » Info » Het is 25 jaar stil geweest

Dit artikel hebben we gelezen in de Libelle nr. 44 23 t/m 29 oktober 2009

                                          Tekst: Marleen Janssen

                       Het is 25 jaar stil geweest in mijn hoofd

Jannie Bugel-Dissel (72): Toen we gisteren naar huis reden, zei ik tegen mijn man: Het klopt niet, ik hoor de motor niet'. Jurrie zette de auto aan de kant en deed een nieuwe batterij in mijn gehoorapparaat. Was dat gezoem de motor? Ik was onzeker. Maar thuis wist ik zeker dat ik hoorde. De kinderen en de kleinkinderen kwamen. Mijn kleinzoon tingelde met een lepeltje in een kopje en vroeg: 'Oma, hoort u dit?' Mijn kleindochter van tien zei: 'Niet kijken, wat doe ik?' Ik zei: 'Je laat centjes of steentjes vallen.' Het was onbegrijpelijk Een wonder. Ik kon de geluiden lang niet allemaal plaatsen. Ik moest steeds maar huilen. Het was zo veel en zo vreemd.

Het is vijfentwintig jaar stil geweest in mijn hoofd. Een hersenvliesontsteking vernietigde mijn gehoor. Ik weet nog dat ik bijkwam uit mijn coma en dacht: wat is het rustig. Jurrie zat naast het ziekenhuisbed. Ik vroeg hem luider te spreken. De volgende dag hoorde ik helemaal niets meer.

Ik zag door het raam helikopters af en aan vliegen. Het was doodstil. Ik hoorde alleen wat gebrom. Soms wat gepiep.

De audioloog kon me niet helpen. Ik leerde liplezen en als ik er niet uit kwam, pakte ik potlood en papier. Het was zo eenzaam. Ik kon niet meer werken als bejaardenverzorgster. Mijn vrijwilligerswerk bij de Plattelandsvrouwen moest ik opzeggen. Geen schouwburg meer. Ik bleef positief. Ik vond ook dat ik dat moest zijn. En ik was inventief. Als ik de mensen niet begreep, ging ik vragen stellen of een verhaal vertellen. Ik handwerkte, las. Ik ging de natuur in.

Twee maanden geleden hebben de artsen achter mijn oor een klein stukje uit mijn schedel gefreesd. Daar is een nieuw uitgevonden apparaatje in geplaatst: noem het een geluidontvanger. In combinatie met een extern gehoorapparaat  - een piepkleine computer - zal ik hopelijk weer kunnen horen. Na de operatie was ik nog steeds doof.

Pas gisteren werd het externe gehoorapparaat aangesloten en koppelde de arts me aan de computer. Het was een spannend moment. Ze brachten een toon in. 'Hoort u dat?' Ja, ik hoorde iets. De toon werd hoger, de toon werd lager. Steeds hoorde ik Daarna vroeg de arts of ik hem en mijn man kon horen praten. 'Ja,' zei ik, 'ik hoor jullie!' Het was een enorm lawaai in mijn hoofd. De stemmen klonken wat vreemd, een beetje computerachtig. Er zat iets mechanisch in. Zoals de stem die op een station omroept hoeveel vertraging er is. Ik werd helemaal dol van het geluid. 'Als het te druk is, haalt u het apparaatje er maar uit, hoor', zei de arts. Ik dacht: eruit? Nooit meer! Vandaag besef ik dat ik opnieuw zal moeten leren horen.

Ik herken de geluiden niet meer. Tot gisteren gingen de lampen in huis knipperen als er werd aangebeld. Nu stelt Jurrie de deur van de keuken met opzet verkeerd af zodat hij piept. Zo leer ik te horen dat er iemand binnenkomt. In de loop van de weken en maanden zal ik de stemmen van mijn kleinkinderen horen, het hoge gepiep van de tortelduiven herkennen. Mijn wereld zal steeds groter worden. In het dorp houden mensen me staande en vragen: Is het echt? Kun je echt weer horen? Het gelukkigst zal ik zijn van het horen van de vogels. Het getwiet van de kieviet, het schetterende geluid van de grutto. De komende maanden zal ik vaak in mijn eentje het veld in gaan. Ik zie de rotganzen niet alleen in formatie overvliegen, ik hoor ze ook aankomen. Leeuweriken zullen anders klinken dan ik me herinner. Het maakt me niet uit. Ik heb het luisteren naar de natuur zo verschrikkelijk gemist. Ik heb al die jaren louter gekeken, in de hoop dat ik iets zou horen.